‘Huisarts doodt één patiënt per jaar’

20151112_205809
Peter Gøtzsche en de conclusies van zijn onderzoek naar dodelijke medicijnen en de farmaceutische industrie als criminele organisatie.

De officiële ADHD-medicijnen, vooral Ritalin en Concerta, mogen dan hartkloppingen kunnen veroorzaken, dat is eigenlijk niets bijzonders. Daar zijn het medicijnen voor. Dat maak ik op uit de woorden van de Deense hoogleraar geneeskunde Peter Gøtzsche. Gøtzsche, die ooit als biochemicus werkte in de farmaceutische industrie, presenteerde gisteren in Rotterdam de Nederlandse vertaling van zijn boek Dodelijke medicijnen en georganiseerde misdaad. Hij betoogt dat medicijnen in de EU en de VS geneesmiddelen doodsoorzaak nummer drie zijn, na hartziekten en kanker. En dat dat niet een kwestie is van pech, maar van een farmaceutische industrie die het onderzoek naar de werking van medicijnen domineert, negatieve onderzoeksresultaten geheim houdt en deze met marketingcampagnes overschreeuwt.

Dat in de farmaceutische industrie dubieuze belangen de boventoon voeren is geen nieuws. Bijzonder is dat de onderzoeker uit die industrie afkomstig is en ervoor pleit dat we voortaan zo min mogelijk medicijnen gebruiken.  Alle medicijnen hebben bijwerkingen zegt hij en meestal – als je kijkt naar de verhoudingen waarin ze worden geslikt – is het negatieve effect van die bijwerkingen groter dan het positieve effect van de medicijnen op de kwaal waarvoor ze worden voorgeschreven.  ‘Vertrouw nooit de informatie die je van leveranciers krijgt’, drukt hij de enkele tientallen artsen in de zaal op het hart. ‘Het algemeen publiek heeft heel weinig vertrouwen in de farmaceutische industrie, maar veel vertrouwen in de dokter. Terwijl de dokter maar heel weinig betrouwbare informatie over medicijnen heeft en bijvoorbeeld niet (goed genoeg) weet hoe medicijnen op elkaar reageren. Schandalig noemt hij het dat juist ouderen, die kwetsbaar zijn, veel medicijnen krijgen. Zonder het te weten, doodt de gemiddelde huisarts met de medicijnen die hij voorschrijft, een patiënt per jaar.’

Ik denk terug aan de discussie bij de ledenvergadering bij Impuls-Woortblind. Die ging er óók over dat ‘we’ ervoor moeten zorgen dat ADHD-medicatie uit het hoekje ‘off label’-medicijnen moeten krijgen, al is het maar voor patiënten zonder hoog risico op hart- en vaatziekten. Dat veel gebruikers last van bijwerkingen hebben, zou namelijk voor een belangrijk deel (vooral zelfs?) te maken hebben met slechte voorlichting.

Ik weet het niet, of dat zou moeten. Oprecht niet. Goed, mijn gevoel zegt van niet. Maar ik heb spul nooit gebruikt en weet dat veel mensen die wat wel doen er blij mee zijn. Ik weet ook dat veel mensen juist blij zijn dat ze er vanaf zijn. Het kan zijn dat ik er van die laatste groep relatief veel ken, omdat ik mijn heil zoek in kringen waar die zich veel ophouden. En toch…. als zelfs producenten aangeven dat die medicijnen hartkwalen, verminderde eetlust, een droge mond en nog zo het een en ander onaangenaams zou kunnen veroorzaken – dat staat namelijk in de bijsluiter – en ik, niet probleemloos maar toch ook weer niet dramatisch vreselijk problematisch al vijfenveertig jaar zonder ADHD-medicatie functioneer, dan is er toch genoeg reden om die alleen als laatste redmiddel voor te schrijven, in tijden van crisis?  En vervolgens alles op alles te zetten om op andere manieren meer rust en focus te krijgen?  Ik acht mezelf niet bovengemiddeld slim of gezond namelijk.

Ondertussen ben ik door al mijn geschrijf en gepraat en verwonder over medicijngebruik bij ADHD, het reilen en zeilen in doktersland sowieso minder vanzelfsprekend gaan vinden. Vanmiddag vroeg ik mijn huisarts om onderzoek naar eventuele eigenaardigheden in de werking van mijn darmen.  Wilde ik, omdat ik sinds de voedingsworkshop die gevolgd heb, duidelijker voel hoe onrustig die zijn. Ik voel me opmerkelijk wakkerder nu ik (iets) minder suiker en zuivel tot me neem en meer noten en fruit eet, maar wil weten hoe ik het ook in mijn buik rustiger krijg. Eerst onderzoek, dan gericht(er) voedingsadvies, had ik bedacht. Ze vond het een vreemde vraag. ‘Ben je misschien bang dat je darmkanker hebt?’ ‘heb je veel buikpijn?’ Ze kan alleen onderzoek doen als ze weet waarnaar ze zoeken moet. Als ik naar India ben geweest en sindsdien vijf keer per dag naar het toilet moet. Dat ik aan mijn  vraag toevoegde dat ik onderzoek en advies óók wil omdat mijn ouders beide ook al hun hele leven veel ‘gedoe’ met hun darmen hebben, ontlokte bij haar de reactie: ‘Dan heb je nog minder reden om je zorgen te maken; dan is het gewoon aanleg.’ Huh? Dus hoeft er niets aan te gebeuren? Darmen horen toch niet dag-in-dag-uit luidruchtig te rommelen?

Goed, een verwijzing naar een diëtiste kon ik krijgen, te kiezen uit een lijstje op een verwijsbriefje met logo van een zorgketen.

Eigenaardige omkering van de redenering in het geval van ADHD trouwens, dat vrijwel altijd een kwestie van aanleg is, ‘dus alleen met medicijnen kun je er echt iets aan doen’. Mijn verwondering is voorlopig de wereld nog niet uit.

Groente en fruit voor adrenaline of pillen?

20150920_103031
Meer fruit en groente, terug naar adrenalinetijd of overstag naar medicijnen?

‘Anke, je bent gewoon een adrenalinejunk.’ Zegt een Bevriende Advocate, bekend om haar Rotterdamse duidelijkheid. Ze meent zich te herkennen in wat ik vertel over ‘veel plannen, te weinig – lijkt het – schot in de zaak’: ‘Ik zit dagen te verdoen met YouTube-filmpjes, terwijl maandag een akte de deur uit moet. Het zal gaan zoals altijd: een paar dagen en nachten doorpezen en een paar uur na de deadline is hij af. Normale gang van zaken in mijn wereld. Wie alles keurig op tijd af heeft, wordt voor tuttebel uitgemaakt.’

Dan valt het bij mij wel mee, reageer ik in stilte. Ik werk nog zelden ’s nachts, heb geen tijdrovende verslavingen en haal  tegenwoordig meestal mijn deadlines. Maar wat die adrenalineverslaving betreft zou Bevriende Advocate wel eens gelijk kunnen hebben. In mijn pre-Erwiniaanse jaren, grotendeels samenvallend met mijn pre-zenjaren, sliep ik slechter, had ik meer stress, at ik ongezonder, dronk ik meer alcohol, kwam ik altijd en overal te laat, las ik minder, had ik minder oog voor kleine dingen die het leven mooi maken. Maar ik had meer werk en meer inkomen. Dat had weinig met het economisch tij te maken en veel met daadkracht. Daadkracht door stress, adrenaline dus. Dat ik ook meer uitgaf en dus vaker dan tegenwoordig met rood hoofd bij een kassa stond omdat het betaalautomaat ‘geen saldo’ aangaf, maakt het plaatje compleet.

Mensen met ADD en ADHD hebben meer moeite met het bewaren van evenwicht. Meer stress nodig om in actie te komen en tegelijk meer rust nodig, want sneller afgeleid. Bekend verhaal. Die disbalans heeft te maken met minder goede filtering van prikkels in de hersenen. Waardoor er inderdaad vaker en meer adrenaline door het lichaam schiet….. totdat het te veel wordt en adrenaline juist afwezig lijkt. Is dat bij mij het geval de laatste tijd en zou ik dus weer eens wat meer stress moeten zoeken?

Goed, ga ik onlangs naar een workshop over gezonde voeding voor mensen met ADHD, ADD en autisme, zegt Deskundige – een orthomoleculair voedingstherapeut – dat al die ‘aandoeningen’ neerkomen op ‘drukte in je hoofd’ en veroorzaakt worden door verkeerde voeding. Pardon?

Dit klinkt als ‘ADHD bestaat niet’ of ‘ADHD is een rotsmoes’, stellingen die ik vaak hoor, gevolgd door een advies over wat de aansteller ‘gewoon even moet doen’: plannen, rustig zijn, opschieten, plannen uitvoeren, op tijd komen. Van die dingen waarvan het juist typisch AD(H)D is om daar heel veel moeite mee te hebben. Deze Deskundige zegt dat ‘ze’ gewoon anders moeten eten’. Geen zuivel, geen brood (koolhydraten en suiker), wel eieren, vlees, veel vis, en kilo’s groente, met uitzondering van aardappelen en de nachtschade-groenten: aubergine, tomaat (tenzij flink verhit geweest, als in puree),  rode pepers, paprika.  Vergeef me dat de details me zijn ontschoten, maar het gaat erom dat een tekort aan de juiste vetten en eiwitten en een teveel aan koolhydraten, ons lichaam in disbalans brengen. Onze hersenen bestaan voor tachtig procent uit vetten, zegt Deskundige, dus een tekort aan de juiste vetten verstoort de werking van de hersenen. En anderszins slechte voeding brengt het maagdarmsysteem in stress, wat ook al niet goed is voor de hersenen. Slechte darmen en ‘duffe’ of snel overprikkelde hersenen zouden beide een gevolg zijn van op ‘verkeerd’ eten en dus samenhangen.

Zij kan het weten, was een onmogelijk druk en impulsief en vervelend en snel afgeleid kind. Totdat haar moeder haar anders liet eten.

Ik heb moeite met stellige uitspraken. Wil meer lezen en horen voordat ik aan deze voeding-helpt-hersenentheorie meer aandacht besteed. Maar had jarenlang veel last van mijn darmen. Ik eet niet héél vet en niet héél zoet, maar wel veel kaas en zuivel. Ben ik uit evenwicht, dan is mijn maag de eerste die protesteert, soms net zo lang totdat  ik die volledig, maar dan ook volledig, geleegd heb. Van één iemand in mijn omgeving weet ik dat bij hem een relatief warrig hoofd, dagelijks twee porties yoghurt en jarenlange maag-darmklachten ook samengaan.

Twee nabije ‘cases’ zijn onvoldoende om dit verhaal over de relatie tussen voeding, darmen en brein dusdanig serieus te nemen dat ik Deskundiges leer heilig verklaar. Al kan gezond eten nooit kwaad. En  wat zou het fijn zijn, als anders eten maakt dat ik minder ‘slechte stress’ nodig heb om me ‘wakker’ te voelen. De suggestie van de advocate en de workshop komen in een periode waarin ik overweeg mijn verzet tegen medicijnen te staken en ‘het gewoon eens te proberen.’ Ik wil verder. Maar de hele rits bijwerkingen die van ADHD-medicatie bekend staan (van gebrek aan eetlust en slapeloosheid (daar wil ik nu juist vanáf!) tot hartkloppingen) schrikken me af. Meer dan, geloof het of niet, zeg ik ook tegen mezelf, een leven zonder kaas, brood en tomaten…