Iets anders aan mijn hoofd

Ben ik nauwelijks meer bewust met ADD bezig, sta ik in enkele weken tijd drie keer in een blad of krant met een artikelen die ik daar vijf en zes maanden terug over schreef….

Wat je aandacht geeft groeit, was een belangrijke les in mijn ADD-zoektocht, toch? Nou, andersom is ook waar. Twee maanden gebruikte ik ritalin, en was ik alleen al via het slikken van het pilletje minstens vier keer per dag bewust bezig met ‘dat ik iets heb.’ Ik stopte, omdat de pillen de verleiding te groot maakten om over mijn grenzen heen te gaan, met alle gevolgen van dien. Ruim een half jaar later, is ADD nauwelijks een issue in mijn leven. Heb wel wat anders aan mijn hoofd. Rouw, ja, maar ook een zenschool te runnen, les te geven en – oja, ook dat was ik een beetje vergeten – artikelen te schrijven, om de kost te verdienen en om mijn oorspronkelijke vak en daarmee een belangrijk deel van mezelf, weer serieus te nemen.

Ik moet het evenwicht tussen mijn oude en nieuwe professie nog zien te vinden. Net nu de contouren van dat evenwicht zich beginnen af te tekenen, verschijnen er drie artikelen die ik ruim zes maanden geleden schreef over mijn eigen zoektocht naar hoe ik omga met mijn ADD en over de effecten van zenmeditatie bij anderen met ADD of ADHD.  Met twee daarvan ben ik tevreden, met het derde niet echt.

Toch plaats ik ze hier alle drie:

In de Suzan!i Hèt ADHD lifestylemagazine van Nederland, een geschreven tussen vriendin-collega-zenleraar-en nog zo het een en ander Hanneke Dijkman en ik, over wat wij in de afgelopen tien jaar van elkaar geleerd hebben. suzan-anke-hanneke-add-zen-en-leren-van-elkaar

In Impuls&WoortblindMagazine, een artikel over zenmeditatie bij ADD en ADHD, en waar dat effect vandaan komt.

En in Hart&Ziel, een landelijk gemaakt katern dat meegaat in zeven regionale dagbladen, een nogal vrije bewerking van een artikel dat ik schreef over mijn zoektocht naar wat mij helpt om om te gaan met de gevolgen van ADD. hz-1-11-16-de-achtbaan-die-add-heet-1 en hz-1-11-16-de-achtbaan-die-add-heet-2

En hiermee ben ik terug bij Add&Anke en stel ik me voor het eerst in maanden weer de vragen: wat is dat toch,  ADD? , Hoe verhoud ik me tot ‘dat labeltje’? Wat maakt dat ik ongemakkelijk voel bij het grote verhaal in de krant? En hoe schrijf ik op een eerlijke manier over zen en ADD, zonder dat het – meer dan je van een journalist mag verwachten – overkomt als reclame?

De blog Add&Anke is weer geopend.

 

 

 

 

Blij dat ik (niet) slik

260px-Methylfenidaat_NL
Methylfenidaat, het meest gangbare middel tegen de symptomen van AD(H)D, is door de geneesmiddelenautoriteit wegens teveel gevaarlijke bijwerkingen niet geregisterd voor gebruik door volwassenen, maar geldt voor psychiaters als voorkeursmedicijn.

‘Alternatieven voor medicijnen? Ja, die zijn er. Welke ik zelf aan den lijve ken, is de “man met de zweep achter mij”. Dat is het alternatief waarmee ik ben opgevoed, ‘en nù doe je je best, want ànders…..’ Dat werkte hoor, ik kreeg mijn schoolwerk af, haalde mijn diploma’s. En had succes met mijn werk. Maar dat medicijn had ook ‘bijwerkingen’: onzekerheid, altijd het gevoel dat het niet goed genoeg was, mezelf wegcijferen en jarenlange therapie. En ik gebruikte jarenlang veel te veel alcohol. Pas toen iemand zei: ‘Het zou wel eens ADHD kunnen zijn, wat jij hebt’, liet ik me testen en ja hoor, hij bleek gelijk te hebben. Nu slik ik medicijnen en heb ik die man met de zweep achter mij niet meer nodig.’ Aldus mr.  Hans van de Velde, bestuurslid wetenschap van Impuls-Woortblind, belangenvereniging voor mensen met ADHD, ADD en dyslexie.

Er begint me wat te dagen. Eerlijk gezegd daagt het me al wat langer, maar het was mijn eer te na dat toe te geven. Sinds mijn eerste samenzijn met mede-leden van Impuls-Woortblind, bijna een week geleden, en bovenstaande woorden van Hans van de Velde als gespreksleider, ben ik om. Ik ben er niet alleen voorgoed van doordrongen dat veel mensen met AD(H)D ‘gewoon’ medicijnen slikken; ik begrijp nu ook beter waarom.

Aanleiding voor mijn debuut bij de belangenvereniging is een ledenraadpleging, over de reactie van de vereniging op uitkomsten van onderzoek naar bijwerkingen van medicijnen voor AD(H)D en de nieuwe richtlijnen voor psychiaters bij de behandeling van ADHD bij volwassen, richtlijnen die nauwelijks over die bijwerkingen reppen. Mijn voornaamste reden om erbij te zijn, is dat ik me erover verbaas en zorgen maak dat de vereniging, in wat ik ervan hoor en lees, geen vragen stelt over de wenselijkheid van het gebruik van ADHD-medicatie.

Kort na mijn – verlate – binnenkomst, wordt me duidelijk dat ook de leden die er een deel van hun zaterdag voor over hebben om mee te praten, medicijnen gebruiken. Ondanks onderzoeksresultaten die weinig aan duidelijkheid te wensen overlaten: van de 848 respondenten in het onderzoek naar bijwerkingen van ADHD-medicijnen, van wie er maar 24, inclusief ik, die medicijnen nog nooit gebruikt hebben, heeft driekwart last van gemiddeld drie bijwerkingen. Verminderde eetlust, hartkloppingen en het zogenoemde rebound-effect , verhevigde ADHD-symptomen als gevolg van de uitwerking van het medicijn, noemen zij het meest. Voor zestig procent van de medicijngebruikers, is dat reden (geweest) om, al dan niet tijdelijk, met medicijnen te stoppen.

Waarom ‘maar’ zestig procent? En waarom vaak maar tijdelijk? Er kwam nog iets uit dat onderzoek: 94! procent van de respondenten zegt baat te hebben bij die medicijnen: zij kunnen zich erdoor beter concentreren, hebben meer rust in hun hoofd en functioneren beter op hun werk en in relaties. En terwijl ik me afvraag of ik gek ben – hartkloppingen, verminderde eetlust, dat wil je toch niet?! – pleit een mede-lid ervoor om in ‘onze’ reactie nadrukkelijk te vermelden dat ‘wij’ heel blij zijn met ‘onze’ medicijnen. ‘Goed dat je het zegt’, meldt de gespreksleider onder instemming van de rest van het gezelschap en maakt een aantekening. Mijn opmerking, tien minuten eerder, dat ik de aanbeveling mis om onderzoek te doen naar alternatieven voor medicijnen, noteert hij niet. Wel nodigt hij me uit om een werkgroepje op te richten en zelf op onderzoek uit te gaan. Uitnodiging aanvaard.

Resultaat van de ledenraadpleging, is een officiële reactie waarin Impuls-Woortblind pleit voor betere voorlichting aan zowel artsen en apothekers als ‘patiënten’ over de bijwerkingen van de gangbare ADHD-medicatie, en voor onderzoek naar medicijnen die even effectief zijn maar minder (ernstige) bijwerkingen hebben. Met applaus voor de degenen die vanuit de vereniging het onderzoek trokken en de conceptreactie schreven.

Tot mijn verbazing applaudisseer ik mee. Mijn trek in medicijnen is er niet op vooruit gegaan. En zorgen maak ik me nog steeds. Het voorschrijven van medicijnen gaat me te makkelijk, het wegwuiven van alternatieven ook. Maar wat me duidelijk is, is dat medicijnen voor veel mensen met ADHD symbool staan voor erkenning. Kan het kloppen dat de mensen die het felst tegen ADHD-medicatie pleiten, zelf geen ADHD hebben? Dat het dezelfden zijn die zeggen dat je, als je je niet kunt concentreren, verstrooid of erg druk bent, ‘gewoon harder je best moet doen’? Die bagatelliseren: ‘bijna ieder kind heeft wel een labeltje’? Daar wil ik niet bij horen. Daarvoor was ook in dit gezelschap het feest der herkenning me te bitterzoet.

De Hoofdpersoon

20150420_144821Afgelopen week bevond ik mij, voor het eerst in een aardige poos, weer eens in journalistieke kringen, de journalistieke kringen waar ik het meest van houd. Ik was op de Conferentie Verhalende Journalistiek. Het thema: De Hoofdpersoon. In de verhalende journalistiek hebben we het niet over een min of meer onpersoonlijke ‘bron’, ‘zegsman’ of ‘functionaris’ maar over De Hoofdpersoon, een persoon van vlees en bloed, met een karakter en emoties, die een doel nastreeft, handelt, faalt of slaagt. Een hoofdpersoon wiens verhaal uniek is en tegelijkertijd staat voor iets groters, iets universeels en, meestal, een maatschappelijk verschijnsel. Iemand met wie de lezer of kijker zich kan identificeren, waardoor het verhaal beklijft.

Vrijwel altijd gaan dat soort journalistieke verhalen over levens met een omweg, van het soort waaraan ik inmiddels vaak mensen met AD(H)D weet te herkennen. Daar zit drama in, daarin gebéurt iets. Behalve een interessante hoofdpersoon, vereist een goed ‘verhalend journalistiek verhaal’ actie, een aaneenschakeling van handelingen, vallen en opstaan, leidend tot een plot.

Radiomaker Jaïr Stein opende de conferentie met de anekdote over zijn beste vriend Alexander, die hem jaren terug snikkend belde, met een artikel in zijn hand over het syndroom Asperger, een vorm van autisme. Al lezende, bellende, snikkende, ontdekte Alexander dat hij Asperger heeft en ziet zijn leven aan zich voorbij trekken. Jaïr kost het de grootste moeite om in de rol van beste vriend te blijven en niet toe te geven aan de journalist in zichzelf, juichend om de vondst van ‘dit prachtige verhaal.’ Hij maakte een radioreportage over zijn vriend, zij het jaren na dat telefoongesprek. Pas toen waren Jaïr en zijn vriend daar klaar voor.

AD(H)D en autisme zijn verwant aan elkaar, weet ik sinds een poosje. Een van de onderwerpen die op de conferentie ter discussie stond, was de vraag wanneer het iets toevoegt als ‘de ik’ een rol, of zelfs een hoofdrol, krijgt in een journalistiek verhaal. Het mag, daar is ‘men’ het over eens, als die ‘ik’ werkelijk een rol speelt in het verhaal, anders dan die van de schrijver die zoekt en zoekt en zoekt naar informatie en die dan eens wel en dan eens niet vindt. Nog even afgezien van de rol van Anke in Add&Anke, sterkte de anekdote me erin om nu ook in deze journalistieke kringen uit de kast te komen. Collega’s, potentiële opdrachtgevers en wie het maar horen wil, vertelde ik over min blog, site en andere Add&Anke-activiteiten. Niet tussen neus en lippen door, maar als antwoord op de vraag ‘Waar ben jij tegenwoordig mee bezig?’

Niet dat ik mijn blog beschouw als journalistiek project. Daarvoor draait het (nog?) teveel om mij, om mijn persoonlijke ervaringen en inzichten, zonder dat ik deze stelselmatig in de context plaats van maatschappelijke discussies en journalistiek en wetenschappelijk onderzoek. Soms vind ik dat ik dat meer zou moeten doen. Ik ben toch journalist? En kwamen we er bij Effectief met AD(H)D (en veel eerder al, bij de haptonome) niet op uit dat ik meer mijn plek in moet nemen? En dat mijn werk dusdanig belangrijk voor me is, dat ik dat vooral ook in mijn werk moet doen?

De reacties op mijn openbaring in journalistieke kringen wisselen. De meeste zijn, al dan niet voorzichtig, enthousiast. Iets in de trant van: ‘Het moet prettig zijn, als je opeens beter kunt plaatsen waarom dingen gaan zoals ze gaan, dat je niet de enige bent. Kan interessant zijn om daar ook in kranten en tijdschriften voor te schrijven.’ En soms, als ik verder vertel over een mogelijke hoofdpersoon die ik laatst ontmoette: ‘Goh, wat een mooi verhaal.’ Er zijn er ook die verveeld wegkijken. ‘Rugzakkinderen, ADD, ADHD, Asperger, Nieuwetijdskinderen, overdiagnosticering, de Libelle en Margriet stonden er vijf jaar geleden al vol mee.’ Soms denk ik dan: ‘Komt het te dichtbij? Heb je zelf zo’n kind? En ben je bang dat dat misschien wel betekent dat je zelf ook wel eens in aanmerking zou kunnen komen voor een berucht Labeltje? Of, tja, of….. ‘ Kan ook gewoon een kwestie van smaak zijn. En ja, natuurlijk wordt er veel, erg veel over kinderen met labeltjes geschreven. Bovendien: vindt een redacteur het een slaperig idee, een artikel over ADD, dan zullen er potentiële lezers zijn die dat ook vinden. Maar wat als ik nou eens een heel ander soort ADD-verhaal vertel?

Mij komen verhalen over AD(H)D in ieder geval vaak erg dichtbij, anders dan en misschien toch ook wel vergelijkbaar met Alexanders verhaal voor Jaïr. Dat verhaal gaat ook over vriendschap en over hoe een vriend als journalistieke bron gebruiken de vriendschap onder druk kan zetten. Voor mij komen de meeste interviews die ik in de afgelopen maanden met mede-AD(H)D’ers heb gehad dichtbij omdat ze voor mijn gevoel ook altijd over mij gaan. Al is het maar wegens mijn verbijstering, keer op keer, over hoeveel mijn leven overeenkomt met dat van een volslagen ander persoon – qua omwegen, burn-outs, de continue ideeënstroom, het slechte slapen, de fantasierijke meisjesdromen en  de reacties van de buitenwereld – verveeld wegkijken, ‘het  lijkt wel of alle kinderen tegenwoordig wel ìets hebben’, niet horen dat ik het helemaal niet over kinderen gaat en nog minder over overdiagnosticering, maar, in tegendeel, over jarenlang hulpverlenerhoppen wegens burn-out, ‘het zit er wel in maar het komt er niet uit’ etcetera, zonder dat het woord AD(H)D valt, enzovoort, enzovoort, enzovoort.

Nu heb ik dus laatst een mogelijke hoofdpersoon ontmoet. Een die heel graag haar verhaal vertelt, een verhaal waar ik zo graag naar luister, dat het me opeens beter lukt om mezelf erbuiten te houden. Een verhaal waarin de dromen en drama’s van vele volwassen vrouwen met ADD samenkomen, weet ik op basis van zowel gesprekken als het nog beperkte maar wel aanwezige wetenschappelijke onderzoek naar deze groep. Een verhaal waar ik enkele collega’s mee heb doen glunderen. Ik heb het vaker gezegd, en je weet maar nooit hoe het allemaal lopen gaat, ik voel een Nieuw Begin aankomen. Als ik er klaar voor ben. Van hoofdpersoon in Add&Anke naar journalist verhalend over ADD.

Stok achter de deur van vandaag: Bernadette Kester. Dank je Bernadette!

Uit de kast, met pretoogjes

De eerste Add&Anke-informatiekraam, bijna klaar voor de start, Bewust Gezond | Open dag aanvullende zorg, 21 maart 2015

Weer een mijlpaal achter de rug. Veilig achter de computer mijn blog bijhouden is één ding, erover vertellen in relatief veilige besloten kring al iets anders maar helemaal in het openbaar, ook aan ’toevallige voorbijgangers’  weer een stap verder. Ik deed het zaterdag, op de Open Dag voor Aanvullende zorg en welzijn bij – dat dan weer wel lekker vertrouwd en veilig – Impact Hub Rotterdam. Met Erwin van Win-trainingen (ook fijn en veilig) deelde ik een informatiekraam. De nacht ervoor had ik nog flyers gemaakt, voor zowel  de Knipperende Kursor-workshop als mijn Zen-kennismaking -voor-wie-zich-herkent-in-AD(H)D-kenmerken-activiteiten. En de laatste hand gelegd aan de twee miniworkshops die ik zou geven.

Moe was ik dus en er af en toe niet helemaal bij.  Paste mooi in het plaatje.  Jammerder was, dat er niet veel bezoekers waren – degene die persberichten had zullen versturen was tot haar schaamte ondergedompeld in familiezorgcrisisstress+add-kop-in-het-zand-want- ik-zou-het-toch-moeten-kunnen-en-ik-kan-het-niet-maken-om-nu-nog-te-zeggen-dat-het-nìet-lukt-verschijnselen en deed dat dus pas enkele dagen voor deze grote. Workshop 1, Knipperende Kursor Kompact ging daarom helaas niet door.

Toch voelde de dag als overwinning. De beschrijvingen van hoe Add  mijn schrijven en leven beïnvloedt roepen veel herkenning op en zorgden voor bijzondere gesprekken en nog meer herkenning. ‘Hihi, ik ben altijd aan het schrijven, maar het komt nooit af.  En mijn dochter is nog erger. ‘ ‘Tja, zo’n dag, daar gaat toch altijd nachtwerk aan vooraf?’, ‘en toen gebeurde er iets naars en toen werden zijn ADHD-klachten veel erger dan ze al waren.’ Schrik ook, helaas vaak van herkenning, bij het horen van mijn constatering dat van de zeg veertig mensen met AD(H)D die ik inmiddels ken ik er geen weet die nooit minstens tegen een burnout aan gezeten heeft of op een andere manier is ‘ontspoord.’  Ook de vraag, mij vaker gesteld: ‘Heb je er geen moeite mee om zo’n labetje te krijgen?’ Nee, heb ik niet. Voor mij betekende de ‘ontdekking’ dat ik ADD heb, dat ik eindelijk wist ‘waar ik het zoeken moest.’ Dat ik inderdaad moest zoeken naar de juiste begeleiding, dat ik erg geschrokken ben van het aanbod van de reguliere zorg (en de ervaringen van mede-AD(H)D-ers daarmee) maar dat ik zelf bepaal, al zoekende, wat dat ‘labeltje’ voor mij betekent.

Opluchting zag ik ook.  ‘Dus het lukt jou wel om te schrijven!’ en ‘wat  goed, dat je kijkt wat je zonder medicijnen zelf allemaal kan doen.’ En heel veel pretoogjes. Ook bij mij.  Openlijk vertellen over waar ik niet goed, of minstens ‘best onhandig’ in ben, geeft lucht. Aan mij, maar ook aan degene die het horen wil. Nooit voordat ik met deze blog begon,  hebben mensen mij zo vaak hun eigen onhandigheden opgebiecht. Zaterdag meer nog dan in de afgelopen weken. Met betekenisvolle glimlach èn pretoogjes.

Natuurlijk was ik ’s avonds uitgeput, van achterstallige slaap en losgelaten spanning. Maar het ‘Waarom laat ik het toch steeds weer zo ver komen?’ van de afgelopen weken was zowaar even weg. Ik sliep heerlijk. En werd wakker met pretoogjes.

Tussenstand

tekening MarijMorgen is de dag van de toekomst. Zo heet de negende en laatste dag van Effectief met AD(H)D. Kijk ik naar uit. En tegelijk zie ik er tegenop dat die dag over een uur of 22 ten einde is. Ik zal ze missen, mijn feest-der-herkenning-genoten. En de oefeningen en reminders. Ook al zal ik sommige mede-cursisten blijven zien. En ga ik verder met coach A. Tijd voor een tussenstand, tussen acht dagen opleiding en De Rest Van Mijn Leven.

Wat is er gebeurd, sinds mijn aanmelding voor Effectief met ADHD, eind september 2014?

– ik kwam uit de kast als ‘iemand die mogelijk ADD heeft’. Resultaat: veel reacties, verwondering, herkenning, steunbetuigingen, positieve energie. Ook verbazing over wie wel en wie juist niet reageert. Maar dat voelt stukken minder relevant.

-ik leerde ruim twintig mensen kennen die allemaal heel anders dan ik zijn en met wie ik tegelijk zoveel gemeen heb. Doorbrak, al doende, daarmee mijn eigen vooroordelen over mensen met AD(H)D. Nee, het zijn niet allemaal stuiterballen, recalcitranten, zwevers en excentriekelingen. Eigenlijk zijn ‘we’ best gewoon en gemiddeld. Hooguit wat eigenwijzer. En daar houd ik wel van.

– 40 blogs, en ook daarop reacties, met grotendeels hetzelfde resultaat als mijn ‘uit de kast komen.’  Plus: andere gesprekken in (her-)nieuw(d)e vriendschappen. Openheid, van beide kanten, over kwetsbaarheden. Troost en nog meer energie.

– erkenning van ‘ik ben niet gek’, ‘dat dingen niet luk(t)en is nìet (vooral) een kwestie van niet mijn best doen’. Geeft hoop, ruimte, energie. Naast het melancholische ‘had ik dit maar eerder geweten……’

– het inzicht, steeds beter doorvoeld van ‘Wat je aandacht geeft groeit.’ Met als gevolg, dat  ik steeds vaker de keuze maak om nu eens niet te denken aan wat niet lukt, maar me te richten op wat wel lukt. Met ook hier als gevolg: ruimte, energie. Plus geluk.

– meer waardering voor mijn hulpbronnen, zowel in vaardigheden en gewoontes (schrijven, mediteren, doorzetten) als in personen (:-)). Gevolg: ik voel me milder en geniet bewuster van wat er is.

– minder energieverspilling aan het negatieve. Zoals aan boosheid op mezelf of aan wie ‘me in de weg loopt’ als het me niet lukt om lekker vroeg op te staan.

– heb sinds de start van de opleiding nauwelijks meer tijd en energie besteed aan mijn to-do-lijst(en). Omdat ik erop vertrouw dat wat ik echt doen wil heus wel doe. En er geen man overboord is als iets wat later gebeurt. Scheelt me gemakkelijk anderhalf uur per dag. En kilo’s energie.

– het verpletterende inzicht dat ik me heel lang grotendeels heb laten leiden door de angst voor straf. En met dat inzicht, de mogelijkheid om dat als oprecht gevoelde ‘absurde gedachte’ aan de kant te zetten.

– het inzicht dat ik moeite heb om mijn plek in te nemen. Verantwoordelijkheid op me te nemen en daarnaar te handelen. En daarmee, opnieuw, de mogelijkheid, steeds vaker gegrepen, om dat alsnog te doen.

– het inzicht dat de meeste tegenslagen niet of nauwelijks de schuld van Anderen, dichtbij of veraf, is. Dat is soms lastig, maar maakt me ook, opnieuw, milder.

– erkenning dat ook schaamte mijn denken, handelen en niet-handelen nogal heeft bepaald. En van het ondermijnende effect daarvan. En opnieuw: daarmee een eerste stap in het doorbreken.

– bijna: een nieuwe website.

– de kennismakingsworkshop zenmeditatie voor mensen met ADD of ADHD. En nieuwe workshops en trainingen in het verschiet, die mij, in combinatie met mijn schrijven, heel veel positieve energie geven.

Zal ik ook negatieve dingen noemen? Weet je, dat voelt bijna tegennatuurlijk. Ik ben vooral blij. Maar goed dan:

– al die nieuwe energie heeft gemaakt dat ik weer vaker langere dagen maak en vaker slecht slaap. Met chagrijn en twijfels tot gevolg.

– mijn werk, in de zin van brood op de plank, staat op een laag pitje. Terwijl ik daar juist verandering in wilde brengen. Maar op de een of andere manier heb ik het gevoel dat de investeringen die ik in mijn persoonlijke ontwikkeling doe, ook in mijn werk over niet al te lange tijd vruchten zullen afwerpen.

Ik geloof dat ik er klaar voor ben, die dag van de toekomst.

Stok achter de deur van vandaag: Annemarie Sweep. Dank je, Annemarie!

En dank je Marije Webbers, hulpbron sinds 1986, voor je illustratie met ruimte.

Twee sfeerimpressies

psyq-info

Twee nieuwe kennismakingen met hulpverlening voor ‘ADHD-ers’, de afgelopen week. Maandag, PsyQ, de informatiebijeenkomst ADHD voor beginners. Donderdag, het ADHD-centrum, het eerste gesprek met mijn coach. Twee sfeerimpressies.

Maandag, eind van de middag, een vergaderzaaltje in een kantoorgebouw op een bedrijventerrein. ‘Ik leef heel erg in het moment.’ Aan het woord is een lange jongen, stralende lach, friemelend, die net vertelde dat hij muzikant is. En dat dat goed gaat. Gestudeerd heeft hij ook, maar het lukte hem niet om zijn studie af te maken. Te snel afgeleid, te onrustig in zijn hoofd, teveel moeite met plannen. En, misschien, teveel marihuana. Al nam dat ook die eeuwige onrust weg. ‘Ik leef erg in het moment, en dat doe ik altijd.’

Psycholoog E., die de informatiebijeenkomst leidt: ‘Dat is niet handig. Daar wil je dus wat aan doen. Welkom.’

Wat volgt is een lesje ’symptomen van ADHD’. De stagiaire die ook bij mijn intake was en er nog jonger uitziet dan ik me haar wilde herinneren, laat ons, recent gediagnosticeerden, de drie aspecten van ADHD opnoemen: aandacht/concentratie, impulsiviteit en hyperactiviteit. En vervolgens symptomen die onder een van de aspecten vallen. Na ’snel afgeleid zijn’, ‘rusteloos zijn’ en ‘flapuit-gedrag’, noemen we andere dingen waar we tegenaan lopen en die misschien wel eens met ADHD te maken kunnen hebben. Ik noem: ‘Ik heb de neiging om terug te trekken, omdat ik bang ben om te worden afgeleid.’

E.: ‘ADHD’ers zijn juist heel sociaal, ze praten veel en met iedereen. Terugtrekgedag zie je meer bij het type kluizenaar.’

De jongen: ‘Als iets mij niet lukt, dan geef ik altijd anderen de schuld.’

E. en stagiaire, in koor: ‘Dat is geen ADHD.’

Donderdagochtend, coachingskamer met zitje, boekenkast, versieringen aan de muur, oud pand in een binnenstad.

Hoezeer ik me ook heb voorbereid, duurt het even voordat ik een antwoord heb op de vraag: ‘Wat kan ik voor je doen?’ Zenuwen? ‘Neem je tijd hoor. Neem ik even een boterham. Ik heb nogal moeten haasten vanochtend.’

Ik vertel iets over mijn werk, dat het me nauwelijks lukt om me te motiveren om achter werk aan te gaan, ook al ben ik eigen baas en komt er zonder werk geen inkomen binnen. En over dat ‘gewoon maar een baantje nemen’ voor mij niet werkt. Omdat ik moeite heb met bazen, zeker als zij mij opdragen iets op hun manier te doen terwijl mijn manier beter is. Dat ik eigenwijze bazen heb gehad, maar dat ik vooral ook zelf erg eigenwijs ben.

Coach A.: ‘Wat heeft die eigenwijsheid je gebracht?’

Ik vertel, om maar ergens te beginnen, over mijn tijd in Argentinië.

Coach A.: ‘Je verhaal over Argentinië klinkt alsof het net gebeurd is. Wat maakte die periode zo belangrijk?’ Een rits antwoorden. Mijn rol was duidelijk, ik was journalist en iedereen wilde met me praten. Vanwege mijn werk, maar ook gewoon om wie ik ben. Het leven ging er voor mij op de een of andere manier gemakkelijker dan hier. Ik gebruikte mijn agenda nauwelijks, zag vriendinnen veel vaker, had alle vrijheid om mijn belangstelling te volgen en als ik eens ergens te laat kwam deed niemand moeilijk want dat was daar eerder regel dan uitzondering. Dat scheelde een hoop stress. Ondertussen schreef ik in een paar maanden meer dan ik in jaren gedaan had.

En zo nog het een en ander. Zo kwamen we op dingen die voor mij belangrijk zijn: vrijheid, vertrouwen, mijn eigen belangstelling kunnen volgen, vriendinnen zien, me niet teveel zorgen hoeven maken over planning en toch veel doen. En wat me daarbij in de weg zit. Er kwam geen antwoord op de vraag ‘Wat moet ik doen?’ Wel deelantwoorden. En vervolgvragen om op door te kauwen. Het woord ADHD is niet gevallen.

Stok achter de deur van vandaag: Rein Cremer. Dank je, Rein!

Gecertificeerd

felicitatieschermGelukkig kwamen de felicitaties snel. Van Erwin, direct na thuiskomst aan de telefoon. En de volgende dag van ‘collega’s’ bij flexnetwerkplek de Hub, juist voor mijn binnenkomst door Erwin ingelicht toen één van hen mopperde waar ik, een half uur na de afgesproken tijd, toch bleef. ‘Gefeliciteerd’, straalde Joost, ‘je bent gecertificeerd.’ ‘Gecertificeerd tot hopeloos geval’? vroeg Amelie. ‘Gecertificeerd, ja, dat ben ik. Hopeloos, nou nee.’ Ik had de afspraak nu eenmaal voor een uur later in mijn hoofd staan. Nu pas zag ik dat in mijn agenda iets anders stond. Vervelend, lastig, onprofessioneel. Maar hopeloos?

Meer felicitaties las ik gisteren, op Facebook. ‘Klinkt misschien stom, een felicitatie bij een diagnose… Maar weten wat je mankeert en daarmee aan de slag gaan geeft je rust en opent nieuwe deuren’, schrijft Nicole, die, zonder ADHD zo donders goed weet waar ze het over heeft dat ik me tot voor zeer kort (zie: ‘Ik schaam me’, gevolgd door ‘Iets raars’) naast haar een aansteller zou voelen. Marco schrijft: ‘Nu heb je een stempel maar ga je je er blijkbaar niet aan houden!’ Aardig bedoeld, waarvoor dank, maar hij vergist zich.

AD(H)D is niet een stempel waar je wel of niet aan houden kunt. Mijn tweede morning after bracht ik door met het lezen van blogs en Facebookberichten van andere ‘gecertificeerden.’ ‘Heb je dat ook, dat het bijna nooit lukt om thee te zetten, omdat je vergeet dat je het water opgezet hebt, en dat àls het lukt, de thee al koud is voor je eraan denkt om hem op te drinken?’ ‘Zonder een lijstje krijg ik niets voor elkaar.’ Met foto en reactie: ‘Wat een net lijstje! Krijg ik niet voor elkaar. Ik blijf maar strepen en opnieuw beginnen, word er gek van.’ ‘Heb ik eindelijk vakantie, kan ik precies doen waar ik zin in heb, weet ik niet waar ik beginnen moet.’ Veel HOOFDLETTERS en !!!!!!!!!!!!!!!! en ????????????? in de berichtjes. Grappig, tuurlijk, fijn ook, de (h)erkenning. Maar niemand van ‘ons’ die het niet liever anders zou zien.

’s Avonds zouden we met mede-cursisten van Effectief met AD(H)D bij elkaar komen voor intervisie. Van de zeven groepsgenoten hadden er drie ruim van tevoren aangegeven er niet bij te kunnen zijn, twee anderen, onder wie ik zelf, twijfelden. Nummer vier was het vergeten, nummer vijf ging er op de een of andere manier vanuit dat het niet doorging, nummer zes bleek, desgevraagd, die dag verhinderd en nummer zeven stuurde in de vroege ochtend de vraag de groep in waar we zouden afspreken. Het werd een één-op-één, met pide en soep – niet te ver buiten ons beperkte budget, toch gezellig.

Het gaat goed met ‘Zeven’, het subgroeplid in wie ik me het meest herken. Sinds het laatste cursusblok, een kleine maand geleden, richtte zij eindelijk het koor op waar ze al jaren van droomde, trad toe tot een bestuur en doorbrak vanuit die rol een jarenlang voortslepende impasse waar ze zich tot dan toe vooral aan had geërgerd en koos vaker dan ooit voor zichzelf, zelfs in bijzijn van haar hulpbehoevende moeder. De afgelopen week was dat laatste minder goed gelukt. Vier dagen achtereen had haar moeder een beroep op Zeven gedaan, vier keer had ze haar eigen bezigheden aan de kant geschoven en was ze pas laat thuis. Eergisteravond was het negen uur geworden – viel mee. Dus kon ze alsnog wat dingen doen die ze overdag had willen doen. En opeens was het zeven uur ’s ochtends. ‘Ik heb één uur geslapen vanochtend. Ik ben dus niet zo fit. Maar al drie mensen om me heen hebben me gevraagd wat voor cursus het toch is die ik doe. Wat een stappen opeens, dat zouden zij ook wel willen!’

‘Zeven’ is geen roekeloze puber, geen bewijszuchtige dertiger op het drukke kruispunt van het leven, maar een rustige alleenstaande vrouw van halverwege de vijftig. Ik dacht aan haar toen om kwart voor zeven uur vanochtend mijn wekker ging en ik zo ontdekte dat ik, na een nacht woelen, schrijven, eten, kruidentheeën, wachten, website-naampresentatie bedenken, toch nog in slaap was gevallen. Een volle dag achter de computer, met Erwin en dus gesprekken in mijn pauzes waar ik dan juist stilte nodig heb, was wat teveel geworden voor deze gecertificeerde veertigster, een afsluitend uur zen ten spijt. Dat mag ik nu zomaar toegeven. Gefeliciteerd.

Stok achter de deur van vandaag:  Ton Hendricks in Argentinië. Muchas gracias Ton!

Afscheid van een ADD-jaar

20141231_173839-klein-203x300Ken je die van die roze olifant? Waar je vooral niet aan mag denken? En die je vervolgens niet meer uit je hoofd krijgt?

Ik broed al een halve dag op de juiste insteek voor deze oudejaarsblog. Zit met ‘ADD-jaar’ in mijn hoofd. Dat 2014 voor mij was. En ook weer niet. En natuurlijk toch ook wel. En niet. En wel. En niet. En wel. En niet, maar wat dan wel? Net zoals dit natuurlijk een ADD-blog is. En, hoop ik, ook weer niet. Er is meer in mijn leven dan ADD. Er is meer, veel meer, wat mijn leven bepaalt dan ADD. Ik bèn niet ADD, zoals de 17-jarige Sue me gisteren zo mooi schreef, ik hèb ADD. Net als zij. En nu ik weet dat ik (waarschijnlijk) ADD heb, ben ik niet opeens veranderd. Dat soort gedachten helpen haar. Bij mij wekken ze nog verwarring op. Ook al weet ik het best. Ik ben Anke. Ik ben 44, woon in Rotterdam, ben vrouw en geliefde van Erwin, werk als journalist, ben dochter, zus, schoonzus, vriendin, nicht, buurvrouw, assistent-zenleraar, heb een bijbaan als postbezorger, ben lid van de Hub, Amnesty International en van een politieke partij, doctoranda in de maatschappijgeschiedenis, Argentinië-kenner, oud-collega, freelancer, Pronkstukspecialist, schrijven-voor-chaoten-specialist in wording en, oja, ervaringsdeskundige op het gebied van ADD, zeg maar ADHD maar dan zonder de H van hyperactief. Onder andere.

Dit jaar kan moeilijk vooral ADD-jaar genoemd worden. Het was het jaar dat begon zonder Els maar met een hernieuwde kennismaking met Karin, die we tot dan toe vrijwel alleen in Els’s gezelschap zagen. Het begon met mijn artikel over mediterende artsen, dat ik eind 2013 af had willen hebben. Het was het jaar van nieuwe journalistieke opdrachtgevers. Het jaar waarin ik voortaan rond zes uur opstond. Het was het jaar waarin ik post ging bezorgen, voor het geval dat. Het was het jaar waarin mijn vader naar het verpleeghuis ging en mijn moeder na vijfenveertig jaar weer het grootste deel van de dag alleen was. Waarin ik een nieuw soort gesprekken met mijn moeder voerde. Het was het jaar waarin Erwin en ik op fietsvakantie gingen, door Nederland en door het Eerstewereldoorlogslagveld  in West-Vlaanderen. Het jaar waarin ik meer kilometers schreef dan ik in jaren gedaan had. En het jaar waarin mijn psycholoog tegen me zei dat wat ik had wel erg als ADD klonk en ik, opgelucht, op zoek ging naar hulp van iemand die goed begreep wat dat betekent.

En toen, begin oktober, werd die hulp serieus, ging ik steeds openlijker over ADD praten en begon ik deze blog. Leek al het andere in mijn leven plotseling minder belangrijk. Of kwam het, op zijn best, in de schaduw te staan van deze nieuwe richting in mijn ontwikkeling. Zelfs mijn vader. Zelfs mijn werk. Leek 2014 een ADD-jaar te worden. De ontdekking dat ik in ieder geval erg veel gemeen heb met mensen die de diagnose ADD of ADHD hebben, zoveel dat wat hen helpt, mij ook helpt, heeft mijn kijk op mijn leven tot nu toe veranderd. En veranderde ook mijn kijk op de toekomst. Zij het dat het me, dankzij zen en dankzij Effectief met AD(H)D, vooral sterkt in mijn toch al steeds sterkere overtuiging dat ik het verst kom, me het gelukkigst voel en het best bijdraag aan het geluk van anderen, als ik dicht bij mezelf blijf. Als ik schrijf dus, bijvoorbeeld. En vanavond een klein maar fijn feestje vier met mensen die me dierbaar zijn.

Volgend jaar verder. Met ADD, dat voorlopig heel belangrijk blijft. Misschien zelfs wel belangrijker wordt. En tegelijk steeds meer een eigen plek krijgt, niet boven maar naast al het andere.

Omdat ik het niet laten kan: en toen, toen kwam er een roze olifant met een lange snuit en die blies blogjaar 2014, met ADD, dank  en mooie vooruitzichten, wis en waarachtig uit.

Stok achter de deur van vandaag: Erwin Wesseling. Dank je Erwin, voor dat en nog veel meer!

De normaalste zaak van de wereld

normale-wereld_janna-kool-300x208Morgen en overmorgen duik ik weer in de opleiding Effectief met AD(H)D. Die is dan halverwege. Als bijna vanzelf blik ik terug op de afgelopen twee maanden. Dus kwam ik vanochtend een vrouw tegen die aanwezig was bij de laatste Hub-netwerkbijeenkomst voordat ik met opleiding en bloggen. Ik had haar sindsdien niet meer gesproken.

Toen, eind september, nam ik het woord ADD nog niet in de mond. Tijdens die netwerkbijeenkomst vertelde ik over de oorsprong van mijn schrijven: ik vond het als kind moeilijk om in een groep mijn zegje te doen, ontdekte dat papier geduldig was en bleef vervolgens schrijven en schrijven en schrijven. Heb ik hier inmiddels vaker verteld, maar toen betrof het een nieuw inzicht. Ik voegde eraan toe dat ik graag in contact wilde komen met anderen die moeite hebben om zich te concentreren. Zij was een van de drie (in een groep van vijftien) die reageerden, een uurtje na de bijeenkomst in een mail:
‘Wat jij beschreef, dat herken ik heel goed. Liever even rustig nadenken over mijn zinnen, in de situatie zelf ben ik meestal van mijn a propos. Ik denk wel eens: zal ik een debatteer-cursus doen… 🙂

Nu vertelde ik haar over mijn blog, over ADD. ‘Heeft het daarmee te maken dan?’
Grote ogen. ‘Waarschijnlijk wel’, zeg ik. ‘Heeft een psycholoog tegen me gezegd, een diagnose heb ik niet. En wat ADD  precies inhoudt weet niemand, dus zoveel zou dat niet zeggen. Maar ik herken in ieder geval veel in alles wat ik er de laatste tijd over gehoord en gelezen heb.’
‘Een vriendin van me heeft ADD’, antwoordt zij. ‘Zij heeft me weleens uitgelegd hoe dat werkt. Eerlijk gezegd vind ik het moeilijk om dat serieus te nemen. Ik denk: ‘als iemand zich prettig voelt bij zo’n labeltje, moet hij dat zelf weten. Ik zou me er beperkt door voelen.’

Dat heb ik vaker gehoord. Sterker: ook al is de suggestie dat ik ADD heb aanleiding voor deze blog, ook ik heb niets met labeltjes. Ik hoop duidelijk te maken dat ADD voor mij hooguit een verklaring is, een verklaring voor dingen die niet lopen zoals ik zou willen. Of meer nog: een zoekrichting voor oplossingen. Voor mij begint dat zoeken naar oplossingen er nu mee dat ik het beestje bij de naam noem. Al zeg ik erg raag bij dat ADD maar een van de vele ‘beestjes’ is die maken dat ik ben wie ik ben en dat mijn leven loopt zoals het loopt.

In de week tussen die bijeenkomst in september en mijn ‘coming out’ als vermoedelijke ‘ADD-er’, biechtte ik een andere vrouw op dat ik misschien ADD heb. Fluisterend. Aanleiding: ik stond versteld van de manier hoe zij, met tekeningen en pijltjes een ingewikkeld verhaal inzichtelijk kan maken, terwijl ze wegens dyslexie moeite heeft met schrijven. Ook in haar hoofd zit een vreemde combinatie van chaos en structuur. ‘Oh, dat heeft mijn broer ook’, antwoordde zij, verbaasd en laconiek tegelijk. Ze heeft het er vaker over gehad. ‘En mijn dochter ook.’ Andere familieleden hebben weer andere afwijkingen. ‘Maar één van mijn kinderen is normaal. Hoewel die wel erg van slag raakt als dingen opeens anders gaan.’ Afwijkingen, de normaalste zaak van de wereld, zo klinkt het.

Ik was verbluft en blij. Iemand die de term ADD kent. Die iets weet van de ‘symptomen’. Te vriend houden, dacht ik, altijd fijn om iemand te hebben met wie ik kan praten over wat niemand begrijpt.

Toen kwam die presentatie. De blog. De opleiding. Dat ik bij de opleiding ‘soortgenoten’ zou treffen, natuurlijk, was te verwachten. Al waren zij ‘normaler’ dan dat ik me hen had voorgesteld. Zo zie je maar wat labeltjes doen – ook ik ben erin getrapt. Dat er in de afgelopen twee maanden, nog afgezien van tijdens de opleidingsdagen, geen drie dagen voorbij zouden gaan zonder dat iemand tegen me zei dat hij of zij zelf ook ADD heeft, of iemand in de nabije omgeving heeft die dat heeft, of op zijn minst zoveel herkent in mijn verhalen dat hij/zij vermoedt dat……, nee, dat niet.

We trekken onze agenda’s, de vrouw met vriendin met labeltje. Ik noem drie data. Aarzelend kiest zij er een uit. ‘Altijd als ik een afspraak in mijn agenda wil zetten krijg ik een beetje de kriebels. Kan het eigenlijk wel?’ ‘Hmm, dat heb ik nou ook.’ Ik voel een glimlach, zo’n zie-je-wel-glimlach, die voor ‘goed-fout’ zou kunnen doorgaan. ‘Ik heb altijd het idee dat andere mensen gewoon aanvoelen wanneer ze wel of niet iets kunnen plannen’, aarzelt zij. ‘Sommige wel ja. Maar niet iedereen.’

Stok achter de deur van vandaag: Janna Kool. Dank je Janna!