Pech, de lol is er af

Crisis aan het ouderlijk huisfront. Pijnlijke benen, rug en gewrichten houden mijn beide ouders aan bed gekluisterd. Vervelend als je veertig bent, eng bij tachtig+. Helemaal als je, in het geval van mijn vader, toch al geen idee meer hebt van wie, wat, waar, hoe en waarom. Als enige kind in de bereisbare omgeving, schoof ik dinsdag alles aan de kant, toog naar het verre noordoosten van de stad en deed wat ik nodig achtte. Fysieke steun bij het opstaan en de wandeling naar het toilet voor de een, praten, wiegen, hand vasthouden – al het mogelijke om contact te krijgen, met de ander. ’s Avonds sprong Erwin bij. Gisteren besloot ik nog maar een dagje te blijven. En nu ik dit schrijf, in de vroege ochtend van dag drie, voel ik het besluit aankomen om nog maar een dagje te blijven zorgen. De nieuwe pijnstillers die mama gisteren van de dokter kreeg, verrichten geen instant wonderen. Wel hebben ze bijwerkingen. Of is het de griep die toeslaat?

Ik weet niet hoe thuiswerkende ouders van snotterende kinderen het doen, maar bij mij ligt nu vrijwel alles stil. Goed, gisteren aan het eind van de middag sjeeste ik even heen en weer naar het centrum van de stad voor een interview. En in de vroege gisterochtend naar mijn eigen huis, om de oplader van mijn smartphone op te halen en gelijk de laatste emails binnen te halen. Het was mijn laatste contact met de digitale wereld. Terwijl ik diverse stukken te lezen en bewerken heb die me gisteren toegemaild zijn en ik vanmiddag een afspraak heb met iemand wiens telefoonnummer ergens in een oude mail verstopt zit. Mijn smarte telefoon is niet zo smart dat ik ermee online kan als er geen wifi in de buurt is. Wat vooral komt omdat ik tot nu toe weinig zin had om me erin te verdiepen hoe ik dat voor elkaar moest krijgen. De stap om ‘zo’n ding’, gevreesd concentratieverstoorder, aan te schaffen, was voorlopig al groot genoeg.

Ik denk over de zegen van pech, waar ik eerder over schreef. ‘Pech’, variërend van een op-een-haartje-na-levensbedreigend ongeluk tot een lege telefoonaccu, heb ik leren waarderen als een perfect ‘excuus’ om me niet aan deadlines te kunnen houden. Dusdanig, dat ik lang een prepaid telefoon had en dus regelmatig – ’sorry, sorry, stom!’ of juist ‘So what? Dan wachten ze toch gewoon even?’ – zonder beltegoed zat, nog langer ‘tegen’ internetten en mailen in het openbaar was – ‘asociaal!’ – en in Argentinië zoveel minder stress ervaarde – ’sorry, degene die ik zou interviewen kwam niet opdagen’.

Nu is de lol eraf. Ik ben blij om voor mijn ouders te kunnen zorgen, al hoop ik natuurlijk dat ze snel en goed herstellen. Een beetje relativering van mijn dagelijkse bezigheden kan geen kwaad. Maar ik heb ook ambities, en daar hoort bij dat ik doe wat ik toezeg. Of, als dat niet lukt, bijtijds van me laat horen en nieuwe afspraken maak. Ben tot de ontdekking gekomen dat ik me daar veel gelukkiger bij voel dan bij welk geweldige excuus ook.

Wie helpt mij een dezer dagen om, om te beginnen, mijn telefoon wat smarter te maken?

Met dank aan stichting Humanitas voor de Wifi :-)

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.