De receptie

Het lied van achttien dodenMooie woorden, over de fijne organisatie en hoe we dit toch maar allemaal mooi gedaan hebben, deze manifestatie over de oorlog. Maar ook over de oorlog zelf. De bommen die de stad in puin legden, 75 jaar en twee uur geleden. De brand die daarop volgde. Het leven dat nooit meer hetzelfde was en toch gewoon doorging.

Tekeningen van kunstenaar Jan Wagner, gedichten van getuigen als Joop van den Bos, muziek, ‘De bezetting speelt.’

Stilte, samen, mijn hand in de zijne, gesis als ik mijn kopje, zo voorzichtig mogelijk en des te rinkelend op het schoteltje zet. Een traan, als de muziek en de woorden de waanzin van wat er toen gebeurde en elders ter wereld nog dagelijks gebeurt, tot me doordringt.

En dan de receptie. Ik wil de stilte vasthouden, de tekeningen rustig bekijken, foto’s aankijken van Rotterdammers van nu die er toen bij waren, hun verhalen lezen.

‘Wacht, Anke, wat leuk, ik zal je voorstellen aan…..’ Handje, glimlach, ja, leuk, heel leuk, wil ik graag meer over weten, zeg ik. Maar nu niet, denk ik. Ik genoot zo van de stilte, hoe beladen ook. De rust, de verstilling die ik nodig heb, na dagen deadlinestress en de nog altijd niet opgeloste vermoeidheid. ‘Oh, maar háár moet je ook echt even spreken en zij jou’. De spanning die ik de afgelopen dagen uren voelde, die vanuit mijn rug omhoog kroop als de telefoon ging, Erwin onverwachts binnenkwam, de buurjongen zijn muziek te hard aanzette, keert langzaam terug van alweer een etmaal weggeweest.  Elke prikkel een teveel, elke prikkel door iemand buiten mij veroorzaakt, als  gemeen ervaren, een brute verstoring. Woedeneigingen, die ik gelukkig doorzie en tegenhoudt. Dat we niet alleen zouden zijn, dat wist ik, was prima, sterker ik keek ernaar uit.  Op een receptie, netwerken, moeite moeten doen om tussen de borrelende medebezoekers kunstwerken te kunnen bekijken, riedels ophouden over wat doet u precies, goh, ja, interessant, manlief niet kunnen aanstoten van kijk nu wat mooi omdat hij in gesprek verwikkeld is, nee dat niet. Wat zou ik graag  socialer zijn. Maar nu even niet. Weer snap ik meer van mijn neiging tot afzondering. In mijn eentje de rust bewaren als het me eigenlijk al te veel is, dat is al lastig genoeg.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.