‘Ik ben Lynn, en niet alleen mijn hersenletsel’

Dit artikel schreef ik voor het Zorg+Welzijn 12, december 2010. 

Lynn Quekel zat op het gymnasium. Een hersenbloeding veranderde haar toekomst voorgoed. Individueel begeleider Rebecca Versteegen helpt haar een zelfstandig leven op te bouwen. Quekel: ‘Ik kwam in een wereld van mensen met wie iets mis is.’

001_RBIAdam-image-ZWZ16476I01 ‘Er is echt een soort klik tussen ons.’ Lynn Quekel zegt het terloops, als haar individuele begeleider en trainer Rebecca Versteegen even wegloopt. Het “toneelstukje” dat ze zojuist samen opvoerden voor de foto mag weinig representatief zijn voor hoe het gaat als Versteegen bij haar thuis komt, het geeft een indruk van de relatie tussen de twee. Een brief, toevallig van een stapel gepakt, over de bijeenkomst Vrouwen Hogerop, leidt aanvankelijk tot gegiechel. ‘Voordat ik die bloeding had dacht ik altijd: ik kom hogerop’, roept Quekel, 21 jaar. Ze zat op het Fons Vitae Lyceum in Amsterdam, vierde klas gymnasium, toen zij een hersenbloeding kreeg. ‘Kun je dit lezen?’ vraagt haar begeleidster Lynns nauwkeuriger aandacht, wetende dat het haar moeite kost om te lezen en de kern uit het verhaal te halen. ‘Vrouwen verdienen voor hetzelfde werk gemiddeld minder dan mannen’, leest Quekel voor. ‘Is dat echt zo? Dat vind ik heel erg!’ ‘Wat doen we met deze brief?’, vraagt Versteegen. ‘Hij kan weg.’
‘Ik was aan het rennen voor gym en opeens liep ik mank’, vertelt Quekel over hoe het begon, ‘ik dacht wat is dat nou?’ Maar ik kon niet praten, niet voelen en bijna niet denken.’ De rechterhelft van haar lichaam was verlamd. Nu zijn haar rechterarm en -hand verlamd, maar kan ze wel weer beter lopen. Ze werd naar het ziekenhuis gebracht en twee weken later naar Revalidatiecentrum Amsterdam (RCA, nu opgegaan in Reade), waar ze vier weken bleef. ‘Ik kwam in een wereld van mensen waar iets mis mee is. Ik hoor daar niet bij, dacht ik, over een jaar is het over. Maar het ging niet over. Ik wilde zo snel mogelijk weer naar school. Uiteindelijk heb ik drie jaar geprobeerd mijn school af te maken. Maar ik kon mij niet concentreren en was snel moe. Pas sinds ongeveer anderhalf jaar denk ik: ‘Het is wat het is, hier moet ik het mee doen.’
Sindsdien komt Versteegen, werkzaam bij Heliomare, expertisecentrum voor niet-aangeboren hersenletsel in Amsterdam, tweewekelijks bij haar thuis. De systeemtherapeut van Heliomare, waar Lynns moeder al een tijdje onder behandeling was, adviseerde hen contact te leggen. ‘Lynn was in die tijd afhankelijk van haar moeder, die haar bij veel dingen hielp’, vertelt Versteegen, ‘terwijl ze in een fase zit waarin zij zich los wil maken van haar ouders.’ Maar ook mijn moeder wilde het anders’, zegt Quekel. ‘Die wilde weer eens andere dingen met me bespreken dan ‘Denk je eraan om dit en dat te doen?’. Ze wilde een gewone moeder-dochter-relatie.’
Versteegen studeerde fysiotherapie en kwam via een stage bij RCA voor het eerst in contact met cliënten met niet-aangeboren hersenletsel en werd daardoor geraakt. Later heeft zij binnen Heliomare verschillende cursussen gevolgd om zich inhoudelijk in de doelgroep NAH te kunnen verdiepen. Al haar cliënten zitten in de chronische fase. De revalidatie is voorbij, maar eenmaal thuis is geleidelijk aan gebleken dat het niet meer is zoals vroeger. Het geheugen kan aangetast zijn of iemand is veranderd van gedrag en van karakter. Vaak is het een partner of ouder die erop aanstuurt om hulp te zoeken bij het omgaan met die veranderingen.
Zoals zij met al haar individuele cliënten doet, maakte Versteegen met Lynn een dagbestedingsplan, van waaruit zij doelstellingen formuleerden. ‘Ik ga altijd uit van de vraag van de cliënt en de fase waarin hij of zij zich bevindt. Lynn is 21 en kijkt anders aan tegen de breuk in haar leven dan iemand die begin zestig is en bijna met pensioen zou gaan. Ze is bezig met zelfstandig worden. Op zichzelf gaan wonen hoort daarbij, maar ook uitgaan.’ ‘Dansen ja, en sjansen’, lacht Quekel. Sinds haar bloeding had Quekel twee korte relaties. ‘De zoektocht naar wat je wilt in een relatie hoort erbij op die leeftijd’, zegt haar begeleidster, terwijl Quekel knikt. ‘Ook daarover hebben we het soms tijdens de begeleiding. De doelen die we gesteld hebben ondermeer met praktische zaken te maken. In juli is Quekel op zichzelf gaan wonen. Versteegen helpt haar sindsdien met het structuren van haar administratie, zodat deze op orde blijft en zij rust, orde en regelmaat voor zichzelf behoudt.
‘Ik heb de neiging om alles zelf te willen doen’, legt Quekel uit. ‘Maar als ik een brief krijg waaruit ik begrijp dat ik iets moet doen, maar niet begrijp wat, dan beheerst dat mijn hele leven. Ik heb me aangeleerd moeilijke post opzij te leggen.’ Bij ieder bezoek kiest Quekel een poststuk uit dat ze bepreken. Ze verifieert bij haar begeleidster of ze de inhoud begrepen heeft. Soms blijven er dingen onduidelijk. Dan is het een optie dat de cliënte daarover gaat bellen. Soms doen ze een rollenspel om zo’n gesprek te oefenen.
‘Behalve twee interviews gaf Lynn kort geleden zelfs een presentatie in het Engels. Dat komt direct voort uit haar ontwikkeling in de afgelopen anderhalf jaar’ zegt Versteegen. ‘In het begin van de begeleiding had ze vaak moeite om woorden te vinden, vooral omdat ze zich nog niet helemaal op haar gemak voelde. We hebben een vertrouwensband moeten opbouwen, en Lynn heeft vaardigheden aangeleerd en geleerd uit ervaringen. Zo was ze net begonnen met een cognitietraining die ik geef toen zij een woning aangeboden kreeg. Ik zei dat ze ermee rekening moest houden dat er bij een verhuizing zoveel komt kijken dat ze waarschijnlijk geen energie zou hebben voor de training. Maar zij zei: ‘Ik ga het gewoon doen.’ Twee keer kwam ze niet en vroeg ik haar achteraf waarom. Na de derde keer dat ze er niet was kwam ze er zelf mee: de verhuizing alleen was al zwaar genoeg. Het durven toegeven dat de training toen teveel was, is een grote stap die Lynn heeft gezet. Lynn groeit met de dag. Ik heb daar veel bewondering voor en dat laat ik haar ook weten. Ik leg bewust de nadruk op succesmomenten, omdat ik merk dat Lynn opbloeit als ze een complimentje krijgt.’
Hoe ze haar toekomst ziet, kan Quekel niet zeggen, ‘maar ik weet dat ik de wereld wil laten zien dat ik Lynn ben, met mijn hobby’s, mijn vriendinnen, mijn goede en slechte eigenschappen en niet alleen mijn hersenletsel.’Voorlopig kan ze daarbij niet zonder haar begeleider. ‘Ik zou zo opgeslokt worden door dagelijks geregel dat ik de deur niet meer uit kwam. Dankzij haar kan ik ook het leven leiden van een eenentwintigjarige, dus af en toe lol hebben met mijn vriendinnen. Daar ben ik heel blij mee.’