Waar journalistiek en zorg elkaar raken

20150827_155117Kom ik thuis van een laatste overlegje over Schrijven met Aandacht, ligt daar het septembernummer van Zorg+Welzijn. In juni en juli schreef ik daar twee artikelen voor: een aflevering van de rubriek Zo doe je dat, waarin ik maandelijks een adviseur van ‘uitvoerend professionals in het sociale domein’ aan het woord laat over een herkenbare casus uit zijn of haar praktijk en het artikel ‘Meer ruimte voor mezelf en mijn cliënten’ over mindfulness voor sociaal professionals.’ Meestal ben ik tegen de tijd dat het blad verschijnt al met zoveel andere dingen bezig geweest dat mijn artikelen oud voelen. Maar vooral het tweede artikel voelt nu nog dichtbij.

Ik heb er wat moeite voor moeten doen om de redactie ervan te overtuigen dat het er komen moest (‘is mindfulness niet de zoveelste hype? We willen meer horen dan ‘ik voelde me zoveel meer ontspannen’). Maar uiteindelijk kreeg ik de luxe om te schrijven over een vakgebied dat ik me aan het eigen maken ben: afgelopen voorjaar haalde ik mijn certificaat van de basisopleiding tot mindfulnesstrainer. Zoals het er nu naar uitziet, geef ik vanaf oktober mindfulnesstrainingen, ter aanvulling op mijn journalistieke werk. Juist in de wereld van zorg en welzijn, waar ik al anderhalf decennium veel over schrijf, is mindfulness populair. Dat is niet zo vreemd, citeer ik professor Anne Speckens, directeur van het Radboud Centrum voor Mindfulness, ‘Het zijn sectoren met een hoog risico op burn-out, dus veel mensen beginnen eraan om burn-out te voorkomen of ervan te herstellen. De oefeningen in de mindfulnesstraining helpen mensen om zichzelf en hun reactiepatronen te herkennen èn om open te staan voor dingen die moeilijk zijn. Dat is allebei heel belangrijk, zowel voor de professional, die vaak geneigd is zichzelf te vergeten, als voor zijn relatie met de cliënt of patiënt.’ Mindfulness helpt tegen stress en het helpt je luisteren naar jezelf en de ander. Ook in de journalistiek is dat van grote waarde.

Om auteursrechtelijke redenen kan ik beide nieuwe artikelen nog even niet op mijn site plaatsen. Daarom hierbij twee artikelen uit mijn lange Zorg+Welzijnverleden: ‘Ik ben Lynn, en niet alleen mijn hersenletsel’ over, ja, waar werkelijk luisteren, bijvoorbeeld dankzij mindfulness, professional en naasten aan kan helpen herinneren, en de eerste editie van Zo doe je dat, Boos team: Geen uren voor verjaardagsvisite.

Boos team: Geen uren voor verjaardagsvisite

Dit artikel schreef ik voor het Zorg+Welzijn, april 2015. 

Er was veel te bespreken in het boze team in de verstandelijk gehandicaptenzorg, waar Astrid Buis als interim-manager terecht kwam. Eén maatregel zorgde voor regelrechte verontwaardiging: de medewerkers mogen niet meer bij klanten op verjaardagsvisite gaan.

001_rb-image-1752274‘Wat zou de achtergrond van deze instructie zijn’, vroeg Buis de teamleden. En: ‘Waarom vinden jullie het zo erg?’ Wat bleek: geen therapeutische overwegingen of vriendschappelijke gevoelens lagen ten grondslag aan de gekoesterde gewoonte om bij cliënten op verjaardagsvisite te gaan, maar de overtuiging ‘je kunt mensen op hun verjaardag toch niet alleen laten zitten?’

Uitnodigen

‘Al pratende werden we het er al snel over eens dat “voorkomen dat iemand op zijn verjaardag alleen is” het uitgangspunt moest worden’, vertelt Buis. ‘We bespraken hoe de teamleden zouden onderzoeken waarom cliënten, behalve vanuit de instelling, geen verjaardagsvisite kregen. Weten de cliënten hoe je mensen uitnodigt? Wat is een haalbaar programma?

Dagbesteding

Koffie met gebak leek beter te organiseren dan een borrel. Welke mensen uit de omgeving kunnen de jarige helpen? Wie wil hij eigenlijk uitnodigen?’ Twee maanden later trof Buis het team opnieuw. ‘Meerdere cliënten hebben inmiddels zelf hun verjaardag gevierd, vertelden de medewerkers opgetogen. Ze hebben veel geleerd en zijn ontzettend trots op en blij met hun zelfgeorganiseerde verjaardag. Sindsdien nodigen cliënten ook op andere momenten mensen bij hen thuis uit, onder wie “collega’s” van de dagbesteding, en buren.’